Warmtenet: duurzame stadswarmte

Geschatte leestijd: 8 minuten
Warmtenet

Het warmtenet is een belangrijke oplossing om de Nederlandse woningvoorraad in de komende 30 jaar van het aardgas af te krijgen. Met name woningen die niet gebouwd zijn met aardgasvrij als uitgangspunt of die niet zo goed geïsoleerd lenen zich goed voor een warmtenet. Welkom terug bij onze blogserie over de  warmteoplossingen van de toekomst. In deel 1 gingen we in op groen gas als mogelijkheid voor het verwarmen van onze woningen en dan specifiek waterstof. In deel 2 kwam het zogenaamde all-electric verwarmen aan bod. In dit laatste deel gaan we in op het warmtenet als mogelijkheid voor het verwarmen van onze woningen. 

Een warmtenet is geen nieuwe oplossing en staat vaak bekend onder de term “stadsverwarming”. De eerste warmtenetten zijn al voor de Tweede Wereldoorlog aangelegd. In Utrecht wordt een wijk vol karakteristieke woningen al ruim 80 jaar verwarmt door warmte uit een warmtenet. Na de Tweede Wereldoorlog is er een warmtenet in Rotterdam aangelegd en in de jaren 70 en 80 groeide het aantal warmtenetten in met name Vinex wijken op verschillende plekken in Nederland. Warmtenetten zijn dus niet nieuw, maar worden in Nederland nog relatief weinig toegepast. Op dit moment zijn er ongeveer 400 000 woningen in Nederland aangesloten op een warmtenet. Niet zo gek ook want de eerste generatie warmtenetten wordt voornamelijk gevoed door restwarmte uit kolen- en gascentrales die ook elektriciteit opwekken. Nog niet bepaald aardgas- of fossielvrij dus. Dat gaat veranderen in de toekomst.

Warmtenetten nu en in de toekomst

De eerste warmtenetten bestaan nog steeds maar door de jaren heen zijn ze efficiënter, betrouwbaarder en duurzamer geworden. Zo’n 5 tot 10% procent van alle woningen in Nederland is aangesloten op een warmtenet. Waar deze warmtenetten nu vooral gebruik maken van restwarmte uit de elektriciteitsproductie, zullen in de toekomst bestaande en nieuwe warmtenetten steeds vaker op een duurzame bron worden aangesloten. Denk bijvoorbeeld aan aardwarmte of restwarmte uit industriële productieprocessen zoals het smelten van staal in hoogovens.

Naast een duurzame bron worden de warmtenetten zelf ook beter; verbeterde isolatie, lagere aanvoertemperaturen en andere verbeteringen zorgen ervoor dat er een hoger rendement behaald wordt en woningen beter en efficiënter verwarmd kunnen worden. Zo kan een warmtenet een belangrijke duurzame vorm van warmte worden in Nederland. Het is de verwachting dat in 2050 ongeveer 25% tot 50% van alle woningen in Nederland op een warmtenet is aangesloten. Daarmee is het een van de belangrijkste alternatieven voor het huidige aardgas.

Hoe werkt een warmtenet?

Een warmtenet bestaat uit een warmtebron en een ondergronds netwerk van buizen die de warmte verspreiden in een woonwijk. In de buizen zit warm water variërend van 40°C tot 90°C. Dit warme water wordt gebruikt om woningen en kantoren te voorzien van warmte. In het gebouw wordt de warmte afgegeven aan een warmteafleverset die de warmte gebruikt om warm tapwater te maken en het cv-water te verwarmen. Na gebruik gaat het afgekoelde water door de leidingen terug naar de warmtebron waar het opnieuw wordt verwarmd.

Hoe lager de temperatuur van het water in de buizen hoe efficiënter het warmtenet, dit komt door de lagere verliezen tijdens het transport. Maar niet elke woning is warm te krijgen met een aanvoertemperatuur van 40°C, slecht geïsoleerde huizen zullen met een hogere temperatuur verwarmd moeten worden. De keuze voor de aanvoertemperatuur van een warmtenet zal dus afhankelijk zijn van de isolatiegraad van woningen in de wijk.

Hoe komt de warmte in huis?

Een woning die aangesloten is op een warmtenet heeft een warmteafleverset nodig. Dit apparaat komt in de plaats van een cv-ketel en zorgt ervoor dat je een verbinding hebt met het warmtenet. De warmteafleverset kan op twee manieren aangesloten worden op het warmtenet. Dit wordt een open of gesloten systeem genoemd.

  • Een open systeem is in directe verbinding met het warmtenet. Dit betekent dat het warme water uit het warmtenet direct door het cv-systeem wordt geleid. In de radiatoren, vloerverwarming, convectoren of ander warmte-afgiftesysteem stroomt het water dus direct vanuit het warmtenet.
  • Een gesloten systeem betekent dat het warmtenet en het cv-systeem in huis los van elkaar staan. De overdracht van warmte vindt plaats door middel van een warmtewisselaar en niet door een directe fysieke verbinding van stromend water. De warmtewisselaar zorgt er dus voor dat warmte uit het warmtenet in het cv-systeem komt. Dit is vergelijkbaar met een cv-systeem dat gekoppeld is aan een warmtepomp of cv-ketel.

Het warme tapwater wordt in beide gevallen gemaakt door een aparte warmtewisselaar. Deze warmtewisselaar heeft eventueel nog een extra verwarmingselement om, wanneer de temperatuur van het warmtenet niet warmer is dan 60°C, het water extra te verhitten en daarmee legionellavrij te maken. Deze staat ook wel bekend als booster.

Waar komt de warmte vandaan?

Anders dan bij een warmtepomp (elektriciteit) of cv-ketel(gas) is er bij een warmtenet de mogelijkheid om uit verschillende bronnen energie(warmte) te halen. Een warmtenet kan ook worden gevoed door meerdere en verschillende bronnen tegelijk. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen lage, midden en hoge temperatuur warmtebronnen.

Restwarmte uit fabrieken en elektriciteitscentrales (hoge temperatuur)

Bij het maken van bijvoorbeeld staal of andere industriële processen komt veel warmte vrij die ter plekke niet gebruikt wordt. Deze warmte wordt daarom vaak in de omgeving ‘geloosd’. Koeltorens of koelwater dat geloosd wordt in rivieren en kanalen zorgen dat de warmte weg kan. Ook bij het verbranden van afval komt veel warmte vrij. De meeste restwarmte komt op dit moment echter vrij bij het maken van elektriciteit in energiecentrales. De restwarmte die vrijkomt bij het verbranden van kolen, gas of afval kunnen we gebruiken voor het voeden van een warmtenet.

Biomassa (hoge temperatuur)

Onder biomassa valt alles wat uit allerlei organische materialen bestaat. Dit is bijvoorbeeld mest, snoeihout, rioolslib, plantaardige olie en soms ook speciaal geteelde gewassen zoals koolzaad, palmbomen of zelfs algen. Door verbranding komt er veel warmte vrij die gebruikt kan worden als bron voor een warmtenet.

Warmtenet en bronnen

Een aantal voorbeelden van waar de warmte uit een warmtenet vandaan komt.

Aardwarmte (midden en lage temperatuur)

Aardwarmte, of geothermie zoals het ook wel wordt genoemd, is warmte uit de aarde op een diepte van 1 tot 3 kilometer. Op deze gronddiepte heeft de bodem een temperatuur van 30°C tot ongeveer 90°C. Dat is een perfecte temperatuur om als warmtebron te gebruiken voor een warmtenet.

Nederlandse tuinbouwbedrijven in het Westland maken op dit moment al veel gebruik van aardwarmte. Tuinbouwbedrijven gebruiken namelijk veel warmte voor het verwarmen van hun kassen. Naast het Westland zijn er meer plekken in Nederland waar geothermie toegepast kan worden. In de loop van de komende jaren zullen er dan ook steeds meer geothermische bronnen aangeboord worden die als warmtebron gebruikt kunnen worden.

Restwarmte uit datacenter, ijsbaan of supermarkt (lage temperatuur)

Bedrijven die veel koeling nodig hebben voor hun productieproces hebben overtollige warmte waar ze van af willen. Dit wordt vaak bereikt door een ventilator te laten draaien die de warmte onttrekt en afgeeft aan de buitenlucht. Denk daarbij aan een koelhuis, datacenter, supermarkt of ijsbaan. Deze warmte, weliswaar van een lage temperatuur, kan ook nuttig ingezet worden. Met een warmtepomp wordt de warmte eenvoudig naar een hogere watertemperatuur omgezet en kan het gebruikt worden voor een warmtenet.

Aquathermie (lage temperatuur)

Water houdt energie goed vast en daarmee ook warmte. Dit zie je bijvoorbeeld in de winter wanneer water nog lang in onbevroren toestand blijft terwijl de buitentemperatuur onder het vriespunt ligt. De temperatuur dieper onder het wateroppervlak is dan zelfs nog warmer. Water kan daarom naast transport middel (distributiewater in warmtenet) ook als een goede warmtebron of als opslag gebruikt worden. In een waterzuiveringsinstallatie spoelt bijvoorbeeld veel warm water uit gebouwen. Daarnaast kan oppervlaktewater uit een meer of rivier gebruikt worden als bron voor een warmtenet. Met een warmtepomp wordt de warmte die aanwezig is in het water opgewaardeerd naar een hogere temperatuur en kan deze ingezet worden voor het verwarmen van gebouwen.

Zonnethermie (lage temperatuur)

Zonneboilersystemen zijn inmiddels geen bijzonderheid meer in de Nederlandse markt. Toch is het voor individueel gebruik steeds minder interessant vanwege het lage rendement in combinatie met hoge investeringen (in dit artikel lees je meer over het rendement van zonneboilers). Op grote schaal is een zonneboilersysteem of zonnethermie een stuk interessanter om toe te passen. De opgewekte warmte wordt in dat geval opgeslagen in de bodem waarmee je het warmtenet in de winter kan voorzien van voldoende warmte.

Warmte-koude opslag in de bodem (lage temperatuur)

Warmte-koude opslag (afgekort WKO- installatie) wordt op dit moment veel gebruikt voor utiliteitsgebouwen zoals scholen en kantoren. Op nog grotere schaal kan een dergelijk systeem gebruikt worden voor de verwarming en koeling van (meerdere) woningen. Een WKO maakt gebruik van opslag in de bodem. Ondergronds tot maximaal 300 meter wordt er dan 1 of 2 putten geboord waar warmte en/of koude in opgeslagen kan worden. In de zomer wordt warmte uit de woningen gehaald en in de bodem gestopt. Koude wordt vervolgens uit de bron gehaald en ingezet voor koeling van de woningen. In de winter draait het systeem om. Dit zorgt voor een evenwicht en een erg efficiënt systeem met een hoog rendement.

Welke bron er gebruikt wordt voor een warmtenet in jouw wijk is afhankelijk van verschillende factoren zoals de benodigde aanvoertemperatuur van het warmtenet, de mate van isolatie van de woningen, het aantal aan te sluiten woningen en de nabijheid van specifieke warmtebronnen.

Wat kost een warmtenet?

Een warmtenet aanleggen is een flinke onderneming. In een woonwijk moet een compleet buizennetwerk aangelegd worden en een aansluiting worden gemaakt op een warmtebron. De kosten voor het maken van een warmtenet zijn dan ook vrij hoog. De kosten die gemaakt worden komen voor een groot deel voor de rekening van de warmteleverancier. Deze partij levert uiteindelijk de warmte en verdient daar zijn geld mee. Een kleiner deel komt bij de woningeigenaren zelf terecht. Deze kosten worden gebruikt om een aansluiting te maken met jouw woning en het warmtenet.

Wat kost het voor jou als woningeigenaar om op een warmtenet aan te sluiten?

De kosten voor een individuele aansluiting van een woning op een warmtenet kunnen per situatie verschillen. Aansluiten op een bestaand warmtenet is vele malen goedkoper dan wanneer er een nieuw warmtenet wordt aangelegd en alle woningeigenaren in de woonwijk ook een bijdrage moeten leveren.

Bestaande warmtenet

Wanneer je een woning wilt aansluiten op een bestaand warmtenet dan betaal je zogeheten “aansluitkosten” die gereguleerd zijn. Om van deze regeling gebruik te maken moet je aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • De aansluiting moet gemaakt worden op een bestaand warmtenet.
  • De nieuwe aansluiting mag maximaal 25 meter van het bestaande warmtenet zijn.
  • Het warmtenet is eerder aangelegd en daarbij is geen rekening gehouden met het gebouw dat nu een aansluiting op het warmtenet wil.

Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan betekent dit dat er maximaal €1038,89 gevraagd kan worden voor een aansluiting op het warmtenet. Ben je iets meer dan 25 meter verwijderd van het warmtenet maar voldoe je wel aan alle andere voorwaarden? Dan kan er per extra meter €33.91 bovenop dit maximumbedrag gerekend worden.

Nieuw warmtenet

Wanneer er een nieuw warmtenet ontwikkeld en aangelegd wordt dan zullen de kosten anders worden berekend. Een deel van de ontwikkelkosten die gemaakt worden om het warmtenet in de wijk aan te leggen worden dan bij de individuele woningen doorberekend. Dit is een zogenaamde projectbijdrage. Dit bedrag varieert tussen de €4.000 en €7.000 voor een woning in een nieuwbouwwijk tot €5.000 tot €15.000 voor een nieuw te bouwen woning in een bestaande woonwijk.

Wanneer je als VvE besluit om over te stappen kun je er ook voor kiezen om 1 aansluiting te maken en deze in het gebouw zelf vervolgens onder te verdelen over de appartementen.

In sommige gevallen wordt er door gemeenten een vergoeding of subsidie gegeven om de kosten voor een aansluiting op het warmtenet voor een deel mee te dekken.

Wanneer is een warmtenet interessant?

Een warmtenet kan een mooie oplossing zijn voor woningen die niet eenvoudig van het aardgas af kunnen door de cv-ketel te vervangen voor een warmtepomp of in aanmerking komen voor een groen gas oplossing. Dat geldt bijvoorbeeld voor oudere woningen waar het veel geld kost deze goed te isoleren en te voorzien van lage temperatuurverwarming. Een woning kan in dat geval eenvoudig en zonder al te grote ingrepen op een warmtenet aangesloten worden.

En warmtenet is een collectieve oplossing. Je bent als individuele woningeigenaar dan ook afhankelijk van een gemeente, projectontwikkelaar of energieleverancier die het voortouw neemt om een warmtenet aan te leggen. Daarnaast moet een overgroot deel van de woningeigenaren in een woonwijk meedoen om het warmtenet voor iedereen rendabel te kunnen maken. Dit vereist nogal wat samenwerking.

Naast de organisatorische inzet is het natuurlijk ook van belang dat de locatie geschikt is voor een warmtenet. Er moet in de nabije omgeving een beschikbare warmtebron zijn die warmte kan leveren aan het net. Daarnaast is het ook handig als er de mogelijkheid bestaat om meerdere (dichtbebouwde) woonwijken tegelijk aan te kunnen sluiten op het warmtenet.

Conclusie: warmtenet vooral interessant voor woonwijken gebouwd tussen de jaren ’30 – ’90

Een aansluiting op een warmtenet is ideaal voor een woning die redelijk tot goed geïsoleerd is of een woning die niet geïsoleerd kan worden zonder dat er grote bouwkundige ingrepen nodig zijn met de daarbij behorende kosten. Dit zijn in de meeste gevallen woningen die gebouwd zijn tussen de jaren 30 en eind jaren 80. Meestal zijn deze woningen niet geschikt voor een warmtepomp of andere vorm van elektrische verwarming. Voor deze woningen zou een grote verbouwing gedaan moeten worden om elektrisch te kunnen verwarmen. Wanneer er geen grote verbouwing in het verschiet is, is elektrisch verwarmen voor deze woningen een behoorlijk forse investering (kleine aanpassingen die direct een besparingsvoordeel opleveren en zichzelf terugverdienen zijn idealiter wel uitgevoerd). Een aansluiting op het warmtenet is in dat geval een mooie oplossing die niet te veel aanpassingen aan de woning vergt en geen torenhoge kosten met zich meebrengt.

Bekijk in 2 min. hoe jij het beste energie kunt besparen

Benieuwd wat de beste energiebesparende maatregelen zijn voor jouw woning? Doe de HuisScan en krijg een persoonlijk besparingsadvies!

Start de HuisScan

Lees ook:

Nog geen reacties

Laat een reactie achter